EPC-verlaging
Een slimme bouwer is op de toekomst voorbereid



Hoe maak je van de nood een deugd? Oftewel, hoe krijg je het als bouwer voor elkaar om van de kostenverhogende ingrepen als gevolg van de de epc-aanscherping een commercieel succes te maken?

Het Informatiepunt Duurzaam Bouwen en de stichting Viba Expo besteedden er op 25 oktober in Groningen en op 1 november 2006 in Den Bosch een symposium aan. Deze symposia waren mede georganiseerd door Ecofys met ondersteuning van het DEN-programma van SenterNovem
De symposia vormden het slot van het project "Slim de EPC verlagen", uitgevoerd in 2006.
De organisatoren hadden er geen enkele moeite mee om tijdens het goedbezochte symposia een geest van optimisme op te roepen. De aanwezige bouwers leken het over een ding wel eens: de epc-verlaging is een voldongen feit en zet een ontwikkeling in die niet meer valt te stoppen. Niks geen gemopper dus. En waarom zou je ook, want de technische mogelijkheden om bij een nieuwbouwwoning een epc van 0,8 te bereiken zijn ruimschoots beschikbaar. De belangrijkste vraag waar de bouwers voor staan is, hoe zij die technieken inzetten voor een optimaal resultaat. Zowel wat betreft de epc-waarde als de extra kwaliteit die aan comfort en gebruiksgemak aan de woning wordt toegevoegd. En daar waren de symposia precies voor bedoeld.

Willen Otter: de toekomst van de PassiefWoning is veelbelovend
Willem Otter, directeur bij BAM Woningbouw mag het spits afbijten. BAM staat aan de wieg van de befaamde Toolkit Duurzame Woningbouw, een kookboek voor bouwers, waarin gedetailleerd staat beschreven hoe je een duurzame woning kunt bouwen, uitgaande van verschillende ambitieniveaus en toegespitst op verschillende woningtypen. BAM is ook de ontwikkelaar van het W&R-concept, waarmee middels een efficiënt bouwproces goedkope woningen in serie kunnen worden gebouwd. Inmiddels zijn de W&R-woningen van BAM aangepast aan de nieuwe epc-eisen, vertelt Otter. Het koste zijn bedrijf een half jaar studie om te komen tot een basispakket aan maatregelen dat resulteert in een epc van 0,76. De extra kosten konden daarbij worden beperkt tot slechts 500 euro bovenop de oorspronkelijke stichtingskosten. Onder de duurzame verbeteringen vallen aanpassingen aan de schil, zoals het vermijden van koudebruggen, verbeterde kierdichting en extra isolatie, vooral van het dak. Een aangepast ventilatiesysteem met zelfregulerende luchtroosters en een HR-ketel completeren het pakket. BAM is inmiddels al weer een forse stap verder, vertelt Otter. Het bedrijf heeft zich gestort op de ontwikkeling van de PassiefWoning, een woning die uitblinkt door een lage energievraag en het gebruik van passieve zonnewarmte. Volgens Otter is de PassiefWoning het antwoord op het steeds nijpender wordende gebrek aan fossiele brandstoffen. De PassiefWoning van BAM, uitgevoerd als eengezinswoning, gaat de koper 20 000 euro extra kosten. Dat lijkt misschien veel, maar een verrekening van de extra hypotheeklasten met het voordeel aan energiebesparing levert in de huidige omstandigheden nog maar een nadelig saldo op van 65 euro per maand, berekent Otter.

Jos Lichtenberg: verspilling op de bouwplaats maakt woningen duur
Nu reageert de consument nog afhoudend op een duurzame omschakeling. Dat kan in de nabije toekomst weldra veranderen, meent Jos Lichtenberg, maar dan moet bij de bouwers wel de knop om. De hoogleraar bouwtechniek aan de Technische Universiteit van Eindhoven hekelt de materiaal- en tijdverspillende manier van bouwen, waarmee de bouwers de markt verpesten. De bouw neemt 35% van de afvalproductie in Nederland voor zijn rekening, 40% van de energieconsumtie en 25% van het wegtransport, houdt hij zijn gehoor voor. Het zijn getallen die niet in verhouding staan met de 6% die de bouw bijdraagt aan het bruto nationaal product. Door die enorme verspilling aan te pakken kunnen woningen tot wel 20% goedkoper worden gebouwd, aldus de hoogleraar. Lichtenberg timmert al enige tijd aan de weg met zijn ideeën over 'SlimBouwen'. SlimBouwen is niet een afgerond product maar aan een concept, benadrukt Lichtenberg, het is een andere manier van denken over het bouwproces, die resulteert in betere en goedkopere producten die minder verspilling in de hand werken. SlimBouwen volgt het voorbeeld van industriële productiemethoden. Het ontwerp, de ontwikkeling van onderdelen en de assemblage zijn hierbij zo op elkaar afgestemd dat ze in feite een geheel vormen. Moderne gebouwen zijn, net als automobielen, steeds ingewikkelder producten geworden, stelt Lichtenberg, die kun je met goed fatsoen niet meer op een traditionele manier in elkaar zetten. Tenminste als je wilt vermijden dat het bouwproces ontaardt in een chaos. Gevels en wanden verbergen een bijna onuitwarbare infrastructuur van kabels en leidingen. Door deze vantevoren te ontwerpen, op maat in de fabriek te produceren en vervolgens 'stekkerbaar' in het gebouw te monteren, wordt het werk op de bouwplaats vereenvoudigd en levert het een product op dat in het gebruik en qua functie aanzienlijk flexibeler is dat een traditioneel neergezet gebouw. Industriële bouwwijzen zijn in de afgelopen honderd jaar wel vaker, zonder veel navolging, gepropageerd. Tegenwoordig heeft de bouwwereld echter meer oog voor de problemen die met de traditionele manier van werken gepaard gaat en staat men open voor alternatieven, stelt Lichtenberg met voldoening vast. Hij kan diverse recente voorbeelden noemen, waarbij de beginselen van SlimBouwen zijn toegepast, zoals Het Funenpark (Amsterdam), het IW&V-gebouw (Eindhoven) en La Fenêtre (Den Haag). Ook bij woningvernieuwing worden de principes van SlimBouwen al uitgeprobeerd, vertelt Lichtenberg. Ervaringen, onder andere in Maastricht, tonen aan dat 'SlimRenoveren' in de praktijk tot goede resultaten leidt en evenals SlimBouwen een duurzaam perspectief biedt aan de bouwwereld.

De duurzame voorbeeldprojecten: epc verlagen kan uit
Het hoofdgerecht van het symposium bestaat uit de bespreking van de vijf voorbeeldprojecten die hebben deelgenomen aan een prijsvraag rond epc-verlaging, georganiseerd door het Informatiepunt Duurzaam Bouwen en de stichting VIBA Expo. De projecten moeten aantonen dat het verlagen van de epc naar 0,8 zowel technisch en commercieel haalbaar is. In het afgelopen half jaar werden deze nieuwbouwprojecten door een team van deskundigen onder de loep genomen. Zij bogen zich over de vraag, hoe een verlaging van de epc-waarde kon worden bereikt, met een optimaal duurzaam resultaat. Bij de beoordeling van de uitkomsten, door een jury bestaande uit deskundigen uit de bouwwereld, werd gebruik gemaakt van Greencalc+. Jurylid Martijn Aretz is als energiedeskundige werkzaam bij Nuon en goed ingevoerd in het gebruik van dit duurzame meetinstrument. Hij legt in het kort de werking uit. Greencalc+ kan de milieukosten van een bouwproject berekenen op de schaal van een gebouw, een wijk of een stad. Verschillende aspecten, die hun weerslag hebben op het milieu, worden daarbij in rekening gebracht, zoals materiaal, energie, water en mobiliteit. De uitkomst van de berekening wordt uitgedrukt in een enkel getal, de milieu-index, die aangeeft in welke mate een gebouw zijn omgeving vanuit het oogpunt van milieu belast. Aretz gaat uitgebreid in op de kwaliteiten van de vijf projecten. Achtereenvolgens passeren de revue:
  • 'Groeiwoningen' gebouwd door Compaan BV in samenwerking met woningstichting Patrimonium in Marum.
  • Een winkel met 24 appartementen in Siddeburen, gebouwd door Geveke BV.
  • Een winkel met drie appartementen in Zuidwolde (Drenthe), ontwikkeld door Bouwbureau Herbo.
  • 37 appartementen in Harkstede, gebouwd door VDM Woningen BV.
  • De 'geZONde stadswoning' in 's Hertogenbosch naar een ontwerp van architectenbureau Architectuur Design.

Uit Arets' bespreking wordt duidelijk dat bouwprojecten aanzienlijk kunnen verschillen, qua functie, maatvoering en prijsstelling. Bovendien hebben de ontwerpers al allerlei duurzame maatregelen toegepast die verband houden met de functie en de uitstraling die zij met het gebouw voor ogen hebben. Wat betreft duurzaamheid lopen de deelnemende projecten, ook zonder hulp van buitenaf, al voor de muziek uit. Duurzame principes, zoals licht en efficiënt bouwen (bijvoorbeeld met fsc-hout) en flexibiliteit (uitbreidbare woningen) zijn de bouwers niet vreemd. Ook zien we in de meedingende projecten diverse duurzame toepassingen terug, in de vorm van (collectieve) warmtepompsystemen, lagetemperatuurverwarming, ventilatie met warmteterugwinning en hoge buitenschilisolatie. De vijf projecten blijken, voordat de deskundigen er een oog op hebben laten vallen, al te voldoen aan een milieu-index boven 160, een getal dat ongeveer overeenkomt met een epc van 0,8, vertelt Aretz. Niettemin blijken de deskundigen er wel degelijk in te zijn geslaagd met aanvullende adviezen de milieu-index van de projecten flink op te schroeven. Daarbij komt nog eens naar voren, hoezeer adviseren in duurzaamheid voorlopig nog maatwerk blijft. Elk bouwproject heeft zijn eigen karakter en kwaliteiten en vereist een afgewogen combinatie van duurzame maatregelen om een epc-verlaging, zowel technisch als economisch, haalbaar te maken.

Het oordeel van de jury: lof voor alle deelnemers
Dat is ook de conclusie van juryvoorzitter Jos Verlinden, in het dagelijks leven beleidsmedewerker bij het Ministerie van VROM, die het oordeel van de jury mag onthullen. Vele wegen leiden naar een epc van 0,8, is zijn les uit de beoordeling van de vijf projecten. De onderlinge verschillen tussen de projecten zijn groot en de oplossingen die worden aangedragen voor een epc-verlaging lopen nogal uiteen, zonder dat dit leidt tot grote kwaliteitsverschillen, meent hij. De jury heeft bij haar oordeel een aantal aspecten van duurzaamheid sterk laten meewegen, vertelt Verlinden. De isolatie van de buitenschil, maatregelen tegen oververhitting, collectieve versus individuele installaties en de toepassing van beginselen van SlimBouwen waren belangrijke aandachtspunten. Verder vond de jury het van belang te kunnen constateren dat de bouwers niet alleen uit zijn op een lage epc, maar ook aandacht besteden aan comfort, gezondheid en flexibel bouwen. Gezien de grote verschillen tussen de projecten en het feit dat elk project bijzondere kwaliteiten herbergt, heeft de jury geen winnaar willen aanwijzen, verklaart Verlinden. Wel geeft de jury een eervolle vermelding aan de 'geZONde stadswoning' van Architectuur Design. Dit op grond van de combinatie van hoge duurzaamheid, een creatief ontwerp en het feit dat het hier gaat om nieuwbouw in de bestaande stad. De vijf projecten hebben allen hun eigen bijzondere kwaliteiten, die ze voor andere bouwers voorbeeldwaardig maken, conludeert de juryvoorzitter.

De bouwers: het vermarkten van de beschikbare technieken wordt de grote uitdaging
Na afloop van het symposium viel onder de bouwers te beluisteren, dat de aanscherpingvan de epc de bouwwereld in ieder geval heeft duidelijk gemaakt dat aan een verdere verduurzaming van de bouwkolom niet valt te ontkomen. De epc-verlaging is nog maar een eerste stap. Nu is het overheidsbeleid gericht op energiebesparing van individuele woningen, straks zal het zich richten op alle maatregelen in de gebouwde omgeving die bijdragen aan de vermindering van de CO2-productie. De grootste uitdaging die er nu ligt voor de bouwers is het vermarkten van de technieken die beschikbaar zijn, stellen de bouwers. De gemiddelde koper laat zich nog sterk leiden door de aanschafprijs van zijn woning en zit daarom niet te wachten op allerlei kostenverhogende duurzame toeters en bellen. Maar de bouwers hebben de wind mee. De woonconsument kan de gestadige verhoging van de energiekosten niet meer uit zijn bewustzijn bannen. En ook de voortdurende berichtgeving over de opwarming van de aarde maakt de geesten rijp voor de erkenning dat er oplossingen gevonden zullen moeten worden voor het ongebreidelde gebruik van fossiele brandstoffen. Woonlasten wordt meer en meer het centrale begrip in de financiële afwegingen van de bewoner. Wat is hij maandelijks kwijt aan aflossing van de hypotheek, de kosten van gas- en electra, aan de rekeningen van het waterbedrijf en de ozb? Bouwers, energiebedrijven, banken en overheden moeten daarom de handen ineenslaan om de woonconsument een pakket aan financieringsmogelijkheden te bieden die er uiteindelijk op neer komt dat de woonlasten beperkt blijven. Duurzame technieken kunnen in zo'n aanpak hun waarde bewijzen, vinden de bouwers.

Tekst: Bert Hidding